ECLI:NL:CRVB:2019:1691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag opklapbare douchestoel en verwijdering douchedrempel
Appellante, bekend met fibromyalgie en diverse lichamelijke en psychische klachten, verhuisde in 2007 naar een woning met een trap. In 2016 vroeg zij op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) om woningaanpassingen: een opklapbare douchestoel en het verwijderen van een douchedrempel. Het college wees deze aanvraag af omdat appellante verhuisde naar een woning die voor haar ongeschikt is, terwijl zij haar hulpvragen redelijkerwijs had kunnen voorzien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat alleen een losse douchestoel adequaat en algemeen gebruikelijk is. Ook vond de rechtbank dat het verwijderen van de douchedrempel terecht werd geweigerd omdat de noodzaak daarvan het gevolg is van de verhuizing naar een ongeschikte woning.
In hoger beroep stelde appellante dat de opklapbare douchestoel speciaal voor haar was gemaakt en niet als algemeen gebruikelijk kon worden aangemerkt. Ook stelde zij dat de behoefte aan het verwijderen van de douchedrempel ook bij een verhuizing naar een gelijkvloerse woning zou bestaan.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het college terecht heeft geoordeeld dat een losse douchestoel adequaat is en dat de afwijzing van het verwijderen van de douchedrempel op goede gronden berust. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een opklapbare douchestoel en het verwijderen van de douchedrempel.