ECLI:NL:CRVB:2019:1716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering loopbaanpremie op grond van Tijdelijke regeling overstap niet substantieel bezwarende functie
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Justitie en Veiligheid om hem geen loopbaanpremie toe te kennen op grond van de Tijdelijke regeling overstap naar een niet substantieel bezwarende functie. De minister had dit besluit genomen omdat appellant niet voldeed aan de criteria van deze regeling.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelt vast dat appellant als verplichte van-werk-naar-werk-kandidaat is aangemerkt, maar dat er geen sprake is van een ontslag op eigen verzoek, maar van een overplaatsing binnen de Rijksoverheid.
De Raad oordeelt dat appellant daardoor niet in aanmerking komt voor de loopbaanpremie. Tevens is geen schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur vastgesteld, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel. Appellant had voldoende informatie en had een eigen onderzoeksplicht. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen loopbaanpremie toekomt omdat hij niet voldoet aan de criteria van de Tijdelijke regeling.