ECLI:NL:CRVB:2018:3339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- K.J. Kraan
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag loopbaanpremie wegens niet voldoen aan eervol ontslag voor verplichte VWNW-kandidaat
Appellant was sinds 1987 werkzaam in een substantieel bezwarende functie (SB-functie) en werd in 2015 verplicht Van Werk Naar Werk-kandidaat (VWNW-kandidaat) vanwege sluiting van zijn afdeling. Hij werd overgeplaatst naar een niet SB-functie en vroeg een loopbaanpremie (arrangement C) aan op grond van de Tijdelijke regeling overstap naar een niet SB-functie.
De minister wees de aanvraag af omdat appellant niet binnen zes maanden na aanwijzing als verplichte VWNW-kandidaat op eigen verzoek eervol ontslag had gekregen, zoals vereist in artikel 3a van de Tijdelijke regeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat artikel 3a van de Tijdelijke regeling strikt moet worden uitgelegd en alleen eervol ontslag als bedoeld in artikel 94 van Pro het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) toelaat, niet een administratieve overplaatsing. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het vergelijkbare geval een vrijwillige VWNW-kandidaat betrof. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag voor arrangement C wordt bevestigd.