ECLI:NL:CRVB:2019:1724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IVA-uitkering en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, meldde zich in september 2012 ziek vanwege vermoeidheidsklachten. Het UWV kende hem in oktober 2014 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 64,92%, gebaseerd op psychische en lichamelijke beperkingen en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Het bezwaar van appellant werd in april 2015 ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was vanwege een ernstige depressie en lichamelijke klachten, en verzocht om een IVA-uitkering en benoeming van een psychiater als deskundige. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de FML juist was vastgesteld en dat appellant met een urenbeperking van vier uur per dag voldoende recuperatietijd had. De psychiater van appellant leverde geen informatie die relevant was voor de datum in geding.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren en dat er geen sprake was van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn van de procedure met ruim vijf maanden was overschreden, waarvoor de Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van € 500,-. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd; de Staat wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van € 500,- wegens termijnoverschrijding.