ECLI:NL:CRVB:2019:1725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en beperkingen door UWV
Appellant, een voormalig productiemedewerker, werd sinds 9 september 2014 als arbeidsongeschikt beschouwd met een mate van 64,92%. Na toename van rugklachten en psychische problemen werd een hernieuwd medisch onderzoek uitgevoerd. De verzekeringsarts en psychiaters stelden vast dat de beperkingen ongewijzigd waren en dat de rugklachten adequaat waren meegenomen.
Het UWV berekende de arbeidsongeschiktheid op 66,45% en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat en betwijfelde de onafhankelijkheid van de psychiatrische expertise.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de psychiater als partijdeskundige adequaat en gemotiveerd had gerapporteerd. Er was geen reden voor benoeming van een nieuwe deskundige. Ook waren de rugklachten niet onderschat en was er geen aanwijzing voor toename van beperkingen. De Raad bevestigde het oordeel dat appellant niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en wijst het hoger beroep af.