Uitspraak
17 4040 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant en zijn partner ontvingen sinds 2005 bijstand op grond van de Participatiewet. Na een melding over onderhuurinkomsten en langdurig verblijf in het buitenland startte de gemeente Den Haag een onderzoek naar hun vermogen. Dit leidde tot de ontdekking dat appellant sinds 2007 eigenaar is van een perceel bouwgrond in Turkije, getaxeerd op circa €193.560.
Het college beëindigde de bijstand per juni 2016 en vorderde de bijstandskosten over de periode 2007-2016 terug wegens het niet opgeven van dit vermogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het onderzoek rechtmatig was en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet over het onroerend goed kon beschikken.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere bezwaren, waaronder discriminatie en een te hoge taxatiewaarde. De Raad verwierp deze, bevestigde de rechtmatigheid van het onderzoek op grond van artikel 53a PW, en vond de taxatie adequaat ondanks de summiere onderbouwing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het verzwegen vermogen in Turkse bouwgrond.