ECLI:NL:CRVB:2019:1854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellant, laatstelijk werkzaam als medewerker automatisering, meldde zich in mei 2014 ziek met psychische klachten en ontving een ZW-uitkering. Na een eerstejaars ZW-beoordeling in april 2015 stelde een verzekeringsarts beperkingen vast, waarna het UWV besloot de uitkering per juni 2015 te beëindigen omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en stelde beroep in tegen dit besluit.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische beperkingen, waaronder een angststoornis en paniekstoornis met agorafobie, werden onderschat en dat het UWV onzorgvuldig handelde door geen onafhankelijke deskundige te raadplegen. Het UWV liet een psychiatrische expertise uitvoeren die de beperkingen bevestigde. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was tot het aannemen van meer beperkingen of het raadplegen van een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beoordeling. De Raad stelt dat het rapport van de psychiatrische deskundige voldoet aan kwaliteitseisen en dat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn standpunt te onderbouwen. De acceptatie van een latere ziekmelding door het UWV heeft geen invloed op de beoordeling per 28 juni 2015. De Raad concludeert dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn en dat appellant geen gegevens heeft overgelegd die dit oordeel ondermijnen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 28 juni 2015 na een zorgvuldige medische beoordeling.