ECLI:NL:CRVB:2019:1922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking, terugvordering en boete Ziektewetuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant meldde zich ziek in maart 2013 en ontving een Ziektewetuitkering vanaf oktober 2013. Het UWV twijfelde aan de aard van zijn aandoening en liet meerdere psychiatrische onderzoeken uitvoeren, waaronder een opname, waaruit bleek dat sprake was van simulatie en geen psychiatrische aandoening. Op basis hiervan trok het UWV de uitkering met terugwerkende kracht in en legde een boete op wegens het verstrekken van onjuiste informatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank onzorgvuldig had geoordeeld en wees op een latere WGA-uitkering. Het UWV verlaagde de boete tot een bedrag dat overeenkomt met de draagkracht van appellant.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht twijfels had over de medische situatie en dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden. De intrekking en terugvordering van de uitkering berusten op goede gronden. De boete werd verminderd tot €3.958,80, passend bij de draagkracht, en het hoger beroep werd op dat punt gegrond verklaard. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering ZW-uitkering bevestigd, boete verlaagd tot €3.958,80 en UWV veroordeeld in proceskosten.