ECLI:NL:CRVB:2019:1992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig productiemedewerker, kreeg vanaf 2004 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na heronderzoeken en medische rapporten van psychiaters en verzekeringsartsen werd de uitkering in 2012 ingetrokken vanwege het ontbreken van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, hetgeen appellant aanvocht in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant vanaf 6 juli 2012 op de hoogte was dat hij geen recht meer had op de uitkering en dat de intrekking per 7 september 2012 correct was uitgevoerd met inachtneming van de beleidsregels. Medische rapporten van deskundigen bevestigden het ontbreken van psychiatrische stoornissen en daarmee arbeidsongeschiktheid.
De Raad verwierp de door appellant ingebrachte tegenrapporten en het verzoek tot benoeming van een deskundige, omdat deze geen nieuwe inzichten boden. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het Uwv dat de uitkering terecht is ingetrokken. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 7 september 2012 wordt bevestigd omdat appellant niet arbeidsongeschikt was.