ECLI:NL:CRVB:2019:2028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging en terugvordering bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellant was gehuwd en ontving bijstand als alleenstaande, maar het college stelde dat hij niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote. Na een onderzoek met waarnemingen, huisbezoeken en verklaringen werd bijstand beëindigd, ingetrokken en teruggevorderd, en werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel duurzaam gescheiden leefde, maar de Raad stelde vast dat hij regelmatig bij zijn echtgenote verbleef, financiële verstrengeling bestond en de auto van appellant vrijwel dagelijks bij de echtelijke woning stond. Motieven zoals onveiligheid of woningverkoop waren niet relevant.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden en dat het college terecht een boete oplegde, omdat het benadelingsbedrag hoger was dan €150. De aanvraag tot bijstand werd afgewezen omdat appellant niet kon aantonen dat zijn situatie was gewijzigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; bijstand beëindigd, ingetrokken en teruggevorderd wegens niet duurzaam gescheiden leven met oplegging van een evenredige boete.