ECLI:NL:CRVB:2019:2031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter niet bevoegd tot beoordeling besluit uithuisplaatsing minderjarige
In deze zaak stond centraal of het college van burgemeester en wethouders van Purmerend bevoegd was om een besluit te nemen over de toekenning van jeugdhulp in de vorm van een uithuisplaatsing van een minderjarige, en of tegen dit besluit bezwaar en beroep openstond bij de bestuursrechter.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de wetgever nooit heeft bedoeld dat bestuursrechters besluiten tot uithuisplaatsing in het kader van ondertoezichtstelling beoordelen. Dit past niet binnen het systeem van rechtsbescherming waarin de kinderrechter een centrale rol vervult. Het besluit van het college van 25 april 2016 was daarom niet vatbaar voor bezwaar of beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank had ten onrechte het beroep van appellante tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van appellante gegrond, vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar tegen het besluit van 25 april 2016 niet-ontvankelijk.
Daarnaast veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak bevestigt de centrale rol van de kinderrechter bij uithuisplaatsingen en sluit bestuursrechtelijke toetsing uit.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 14 juli 2016 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; bezwaar tegen het besluit van 25 april 2016 wordt niet-ontvankelijk verklaard.