ECLI:NL:CRVB:2019:2059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek terugkomen op UWV-besluit inzake Wajong-uitkering afgewezen
Appellante, geboren in 1987, heeft meerdere aanvragen gedaan voor een Wajong-uitkering en ondersteuning op grond van de Wet werk en ondersteuning jonggehandicapten. Het UWV wees deze aanvragen af omdat zij niet voldeed aan de criteria voor arbeidsongeschiktheid. Na eerdere procedures en vernietigingen door de Raad, diende appellante op 20 oktober 2016 een verzoek in om terug te komen op het besluit van 26 oktober 2012, onderbouwd met een brief van een neuroloog.
Het UWV heeft dit verzoek afgewezen omdat de medische situatie van appellante stabiel was en er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat er geen sprake was van wapenongelijkheid, aangezien appellante voldoende gelegenheid had gekregen haar standpunt toe te lichten.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte geen deskundige had ingeschakeld en dat er sprake was van een inequality of arms. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de medische gegevens voldoende waren onderzocht en dat het UWV terecht het verzoek tot herziening heeft afgewezen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden en wees het beroep af.
Uitkomst: Het verzoek van appellante om terug te komen op het UWV-besluit is terecht afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.