Appellante, meervoudig gehandicapt en volledig rolstoelafhankelijk, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) op basis van een vaststellingsovereenkomst met het zorgkantoor voor de jaren 2004 tot en met 2012, met een voorbehoud voor toekomstige jaren bij gewijzigde regelgeving. Met de inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg (Wlz) per 1 januari 2015 werd de AWBZ ingetrokken, wat leidde tot een nieuwe indicatie en een lager pgb voor 2017.
De rechtbank had het bezwaar van appellante tegen het besluit van het zorgkantoor over het pgb 2017 gegrond verklaard vanwege een onvolledig medisch onderzoek, waarbij een medisch deskundige niet was betrokken. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het zorgkantoor niet langer gebonden is aan de vaststellingsovereenkomst voor 2017, omdat de regelgeving is gewijzigd. Tevens is het zorgkantoor conform het protocol verplicht het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) in te schakelen bij ernstige gedragsproblematiek.
Appellante weigerde echter mee te werken aan het noodzakelijke nader medisch onderzoek door het CCE, waardoor het zorgkantoor geen volledige beoordeling kon maken. De Raad stelt dat deze weigering voor rekening en risico van appellante komt en dat het besluit van het zorgkantoor om het bezwaar ongegrond te verklaren terecht is. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.