ECLI:NL:CRVB:2019:2145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indicatie zorgprofiel en bezwaar tegen besluit Wet langdurige zorg
Appellante, meervoudig gehandicapt en volledig rolstoelafhankelijk, werd door het CIZ geïndiceerd voor zorgfuncties op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Na bezwaar en eerdere vernietiging door de rechtbank werd een nieuw besluit genomen waarbij het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard. De rechtbank had het beroep tegen het besluit per 1 januari 2017 ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
De Raad oordeelt dat de rechtbank deze niet-ontvankelijkverklaring onjuist heeft toegepast en vernietigt de uitspraak. De Raad beoordeelt het beroep inhoudelijk en stelt vast dat het geïndiceerde zorgprofiel passend is, mede omdat appellante geen toestemming gaf voor het opvragen van medische informatie, wat voor haar risico is.
Verder is vastgesteld dat CIZ niet bevoegd is tot het toekennen van meerzorg; hiervoor moet appellante zich tot het zorgkantoor wenden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellante krijgt het betaalde griffierecht vergoed. Er is geen proceskostenveroordeling wegens het ontbreken van beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het beroep tegen het indicatiebesluit is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd.