ECLI:NL:CRVB:2019:2168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over samenhangende zaken en proceskostenveroordeling Wmo 2015
Appellante kreeg van het college een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015, waartegen zij bezwaar maakte. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellante beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank vernietigde het besluit en herzag het aantal toegekende uren hulp bij het huishouden. De rechtbank oordeelde dat er geen ruimte was voor een proceskostenveroordeling wegens samenhang van drie zaken.
Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat de rechtbank ten onrechte de zaken als samenhangend had aangemerkt. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de drie zaken niet als samenhangend konden worden beschouwd omdat de werkzaamheden van de gemachtigde niet nagenoeg identiek waren en er inhoudelijke verschillen bestonden. Hierdoor werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Raad veroordeelde het college alsnog tot betaling van proceskosten aan appellante. Voor twee van de zaken werd wel vastgesteld dat deze samenhangend waren, waardoor de proceskosten voor die zaken werden gedeeld. Het college werd ook veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 juni 2019.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het oordeel over samenhangende zaken en veroordeelt het college tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellante.