ECLI:NL:CRVB:2019:218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag woningaanpassing WMO wegens onvoldoende adequaatheid
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, specifiek een woningaanpassing voor het realiseren van een natte cel op de begane grond. Het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem wees deze aanvraag af, waarna appellante bezwaar maakte. Het college handhaafde het besluit, waarna appellante in eerste aanleg beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit omdat de motivering van het college onvoldoende was, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De rechtbank oordeelde dat appellante rolstoelafhankelijk is en dat een adequate douchegelegenheid daarop moet zijn afgestemd. De gevraagde woningaanpassing was echter niet adequaat, omdat de toiletruimte te klein is voor een verrijdbare douchestoel en zorgverlener. Een adequate woningaanpassing zou ingrijpend en kostbaar zijn, en er zijn geen zwaarwegende omstandigheden om niet te verhuizen.
In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe gronden aangevoerd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de motivering van de rechtbank en bevestigt de uitspraak. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een woningaanpassing in de vorm van een natte cel wordt bevestigd omdat de gevraagde voorziening niet adequaat is en een adequate aanpassing ingrijpend en kostbaar zou zijn.