ECLI:NL:CRVB:2019:2185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, laatstelijk werkzaam als verkoopmedewerker/bedrijfsleider, meldde zich ziek na een auto-ongeval en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen op basis van een medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, dat de verzekeringsarts in opleiding niet was goedgekeurd door een verzekeringsarts, en dat zij verdergaand beperkt was dan vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het medisch onderzoek voldeed aan de zorgvuldigheidseisen, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de door appellante overgelegde aanvullende medische stukken niet relevant waren voor de datum in geding. Er was geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering van appellante.