ECLI:NL:CRVB:2019:2213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering toekenning arrangement C op grond van Tijdelijke regeling overstap naar niet bezwarende functie
Appellante verzocht om toekenning van arrangement C op grond van de Tijdelijke regeling overstap naar een niet bezwarende functie. De minister weigerde dit bij besluit van 24 november 2016, gehandhaafd na bezwaar op 12 juni 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de regeling alleen ziet op ambtenaren in een substantieel bezwarende functie die verplicht zijn van-werk-naar-werk-kandidaat en die eervol ontslag op eigen verzoek krijgen binnen zes maanden. Appellante was wel verplicht van-werk-naar-werk-kandidaat, maar haar vertrek betrof een overplaatsing binnen de Rijksoverheid en geen ontslag op eigen verzoek.
Appellante deed een beroep op het vertrouwensbeginsel, verwijzend naar uitlatingen van collega’s, maar de Raad vond geen ondubbelzinnige toezegging die een gerechtvaardigde verwachting kon scheppen. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalde, omdat appellante redelijkerwijs kon verwachten dat het eerdere besluit onjuist was. Er was geen ongerechtvaardigd onderscheid omdat het onderscheid objectief gerechtvaardigd is door de situatie van verplichte van-werk-naar-werk-kandidaten.
De Raad bevestigde het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de weigering van toekenning van arrangement C.