ECLI:NL:CRVB:2019:2278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende medische onderbouwing urenbeperking Wajong
Appellante, geboren in 1994, lijdt aan ernstige restschade door acute lymfatische leukemie en de behandeling daarvan, waaronder niet aangeboren hersenletsel en grote vermoeidheidsklachten. Het UWV wees haar Wajong-aanvraag af op grond van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waarin werd aangenomen dat zij 40 uur per week kan werken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de medische grondslag van het UWV-besluit deugdelijk was en de vermoeidheidsklachten niet miskend. In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen, met name mentale vermoeidheid en krachtsverlies, onvoldoende waren meegewogen en dat een verdere urenbeperking noodzakelijk is.
De Raad concludeert dat de medische stukken, waaronder rapporten van een kinderhemato-oncoloog, revalidatiearts, GZ-psycholoog/neuropsycholoog en een door appellante geraadpleegde verzekeringsarts, overtuigend aantonen dat appellante ernstig beperkt is en slechts maximaal vier uur per dag onder geconditioneerde omstandigheden kan werken. Het UWV-besluit berust niet op een deugdelijke medische grondslag en de geselecteerde functies zijn niet passend.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond en draagt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende medische onderbouwing van de urenbeperking en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.