Uitspraak
17.6028 WLZ-PV
CIZ
- [naam wettelijk vertegenwoordiger], wettelijk vertegenwoordiger van appellant, bijgestaan door mr. J. Berkouwer, advocaat
- mr. L.M.R. Kater en mr. J.E. Koedood namens CIZ
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De appellant heeft tegen een besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad heeft ambtshalve onderzocht of er sprake is van procesbelang. Volgens vaste rechtspraak is procesbelang alleen aanwezig indien het nastreven van het resultaat van het beroep daadwerkelijk kan worden bereikt en feitelijke betekenis heeft voor de indiener.
Hoewel appellant aangeeft dat het besluit pijn heeft veroorzaakt en dat de weigering om de zorg van de moeder te erkennen als belastend wordt ervaren, is dit onvoldoende om procesbelang aan te nemen. Ook de gemaakte kosten in de privésfeer kunnen niet leiden tot procesbelang omdat deze kosten niet onder de Wet langdurige zorg worden vergoed.
Gezien het ontbreken van procesbelang komt de Raad niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 juni 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.