ECLI:NL:CRVB:2018:3679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij maatwerkvoorziening Wmo 2015
Appellante heeft zich gemeld bij het college van burgemeester en wethouders van Leusden voor huishoudelijke hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college wees de aanvraag aanvankelijk af omdat een algemene voorziening passend werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat appellante een maatwerkvoorziening van twee uur per week zou ontvangen.
Het college nam vervolgens een nieuw besluit (bestreden besluit 2) waarin de maatwerkvoorziening werd toegekend zoals door de rechtbank voorgeschreven. Appellante ging in hoger beroep tegen zowel de aangevallen uitspraak als het nieuwe besluit, hoewel zij zich kon vinden in de toegekende voorziening. Zij wilde echter een oordeel over de rechtsgeldigheid van de gemeentelijke regelgeving.
De Raad oordeelt dat het hoger beroep tegen het nieuwe besluit niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang, aangezien appellante de gewenste maatwerkvoorziening reeds heeft ontvangen en het beroep daarom geen feitelijke betekenis meer heeft. Het louter formele of principiële belang bij de rechtsgeldigheid van de regelgeving is onvoldoende om het besluit in hoger beroep te betrekken.
Ook een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak heeft voor appellante geen feitelijke betekenis meer, waardoor het hoger beroep in zijn geheel niet-ontvankelijk wordt verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.