ECLI:NL:CRVB:2019:2335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit UWV en toekenning ZW-uitkering na juiste vaststelling maatmaninkomen
Appellant was tot augustus 2010 werkzaam als timmerman en kreeg daarna een WW-uitkering. Vanaf maart 2014 meldde appellant zich ziek met rug- en knieklachten. Het UWV stelde bij besluit van maart 2015 vast dat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen en stopte de ZW-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld omdat het UWV een niet-representatieve periode had gebruikt, waarin hij deels ziek was. De Raad volgde appellant en stelde vast dat alleen het loon over het tijdvak van 19 juli tot 15 augustus 2010 representatief was. Op basis daarvan bleek de arbeidsongeschiktheid meer dan 35%.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraken en het besluit van het UWV, herroept het besluit van maart 2015, en bepaalt dat appellant vanaf 24 april 2015 recht heeft op een ZW-uitkering. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over de schade.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt herroepen en appellant krijgt vanaf 24 april 2015 recht op een ZW-uitkering.