ECLI:NL:CRVB:2019:2358
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum toekenning Wubo-uitkeringen bij verergerde psychische klachten
Appellant, geboren in 1939, verzocht in 2003 om toekenningen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (Wubo). Destijds werd vastgesteld dat hij psychische klachten had door oorlogsgeweld, maar geen blijvende invaliditeit. Latere verzoeken tot herziening werden afgewezen wegens onvoldoende verband met oorlogsgeweld en overschrijding van beroepstermijnen.
In maart 2018 vroeg appellant opnieuw herziening vanwege verergerde gezondheidsklachten. Verweerder erkende sindsdien blijvende invaliditeit door psychische klachten en kende enkele toeslagen toe met ingang van 1 maart 2018. De periodieke uitkering en gebitsrehabilitatie werden afgewezen wegens gebrek aan verband met oorlogsinvaliditeit.
De Raad oordeelde dat de ingangsdatum van de toekenningen terecht op 1 maart 2018 is gesteld, omdat pas toen de blijvende invaliditeit werd vastgesteld. Het beleid van verweerder om niet terug te gaan naar een eerdere datum zonder ambtelijke fout is geaccepteerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de Wubo-toekenningen blijft 1 maart 2018.