ECLI:NL:CRVB:2019:2528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim door privégebruik politiesystemen
Appellant was sinds 1994 werkzaam bij de politie en werd ontslagen wegens plichtsverzuim, waaronder het raadplegen van politiesystemen voor privédoeleinden. Na een strafrechtelijk onderzoek waarbij appellant niet werd vervolgd, volgde een disciplinair traject waarin de korpschef hem onvoorwaardelijk ontslag oplegde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant grotendeels ongegrond, met uitzondering van enkele beschuldigingen die niet konden worden vastgesteld. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn verklaringen als verdachte in het strafrechtelijk onderzoek niet tegen hem konden worden gebruikt in het disciplinaire proces, wat door de Raad werd bevestigd.
Het enige overblijvende verwijt was het privégebruik van politiesystemen, wat appellant had toegegeven. Ondanks zijn veertigjarige onberispelijke dienstjaren oordeelde de Raad dat het ontslag niet onevenredig was, gelet op de ernst, duur en persoonlijke betrokkenheid bij de raadplegingen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag wegens plichtsverzuim door privégebruik van politiesystemen als niet onevenredig.