ECLI:NL:CRVB:2019:2700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand en boete wegens niet-melden bijschrijvingen bankrekening
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en diende periodiek haar financiële gegevens te verstrekken. Tijdens een heronderzoek werden vier bijschrijvingen op haar bankrekening vastgesteld, die zij als terugbetaling van leningen aan familieleden betoogde. Het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk stelde echter dat deze bijschrijvingen als inkomsten moesten worden aangemerkt, omdat appellante dit niet met objectieve en verifieerbare stukken kon onderbouwen.
Het college schortte het recht op bijstand op en trok de bijstand in, waarna het de bijstand over de betreffende periode herzag en een bestuurlijke boete oplegde wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de bijschrijvingen als inkomsten moeten worden beschouwd en dat de boete evenredig is, omdat appellante niet alle gevraagde bankgegevens verstrekte en de bijschrijvingen niet meldde.
De Raad oordeelde dat de schriftelijke verklaringen van familieleden onvoldoende bewijs vormden voor de stelling dat het om terugbetalingen van leningen ging. Het college had appellante duidelijk gemaakt dat zij objectieve bewijsstukken moest overleggen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de bijstand en de opgelegde boete wegens het niet melden van bijschrijvingen en onvoldoende verstrekken van bankgegevens.