ECLI:NL:CRVB:2019:2740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek en afwijzing schadevergoeding
Appellante, werkzaam als keukenassistent, meldde zich ziek met diverse lichamelijke klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde na medische en arbeidskundige onderzoeken vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld. Appellante maakte bezwaar en beroep tegen deze besluiten, waarbij de rechtbank deels haar beroep gegrond verklaarde en deels afwees.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten, onder meer dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar klachten. Zij voerde aan dat het equality of arms-beginsel was geschonden omdat zij niet over financiële middelen beschikte om zelf een deskundige in te schakelen.
De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken. Er was geen aanwijzing dat medische informatie ontbrak of dat appellante benadeeld was in haar procespositie. De inhoudelijke beoordeling van de arbeidsongeschiktheid werd onderschreven, en het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees het verzoek om schadevergoeding af. De beslissing tot beëindiging van het ziekengeld per genoemde data werd als juist beoordeeld, waarbij de functionele mogelijkhedenlijst en de arbeidskundige rapporten als uitgangspunt dienden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van het ziekengeld en wijst het verzoek om schadevergoeding af.