ECLI:NL:CRVB:2019:284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning Wajong-uitkering wegens duurzaam ontbreken arbeidsparticipatievermogen
Appellant diende een aanvraag in voor een Wajong-uitkering vanwege gedragsproblematiek, dyslexie en leerachterstand. Het UWV wees de aanvraag af op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, dat stelde dat appellant over arbeidsvermogen beschikte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij niet over basale werknemersvaardigheden beschikt en slechts incidenteel een taak kan uitvoeren. De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat appellant mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had, mede gelet op een psychiatrisch rapport dat ernstige beperkingen vaststelde.
Een aanvullend rapport van de Landelijke Expertisebalie bevestigde de ernstige beperkingen en het ontbreken van arbeidsvermogen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat appellant recht heeft op een Wajong-uitkering vanaf zijn achttiende verjaardag. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Appellant krijgt met ingang van zijn achttiende verjaardag recht op een Wajong-uitkering wegens duurzaam ontbreken van mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.