ECLI:NL:CRVB:2019:2989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven voor AOW-pensioen
Appellanten, gehuwd en beiden AOW-gerechtigd, voerden aan duurzaam gescheiden te leven, wat gevolgen heeft voor hun AOW-pensioen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) voerde een onderzoek uit en concludeerde dat geen sprake was van duurzaam gescheiden leven. Op basis hiervan werd het pensioen van appellante aangepast naar dat van een gehuwde pensioengerechtigde.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, waarbij zij onder meer het bezit van elkaars sleutels, gezamenlijke testamentaire bepalingen, gezamenlijke belastingaangifte en gedeelde zorgverzekeraar als bewijs aanvoerde dat appellanten niet duurzaam gescheiden leefden.
In hoger beroep handhaafden appellanten hun standpunt, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp de beroepen. De bewijslast rust bij appellanten om duurzaam gescheiden leven aan te tonen, wat niet is gelukt. De Raad bevestigt de herziening van het pensioen en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de pensioenherziening wordt bevestigd.