ECLI:NL:CRVB:2019:301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken basale werknemersvaardigheden
Betrokkene heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering die door het UWV werd afgewezen op basis van rapporten van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en oordeelde dat betrokkene niet over basale werknemersvaardigheden beschikt en niet in staat is een uur aaneengesloten te werken. Dit verlies aan arbeidsvermogen werd als duurzaam beoordeeld vanwege het zeer beperkte leervermogen van betrokkene.
Het UWV stelde in hoger beroep dat betrokkene wel basale werknemersvaardigheden bezit en door training en begeleiding verder kan ontwikkelen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep verwees naar psychologisch onderzoek en medisch rapport waarin sprake is van een licht verstandelijke beperking en psychotische stoornis, met verbetering door medicatie. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep stelde dat betrokkene enkelvoudige taken kan uitvoeren met begeleiding en gemotiveerd is.
Betrokkene betwistte deze stellingen en gaf aan niet zelfstandig te kunnen werken zonder intensieve begeleiding. De Raad concludeerde dat de rechtbank voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat betrokkene geen basale werknemersvaardigheden bezit en niet een uur aaneengesloten kan werken. De duurzaamheid van het arbeidsvermogenverlies werd eveneens bevestigd, ondanks medicamenteuze behandeling. Het hoger beroep van het UWV werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten en legde griffierecht op. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 januari 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt verworpen en de weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.