ECLI:NL:CRVB:2019:305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit massagewerk en kledingverkoop
Appellante ontving vanaf 2003 een WAO-uitkering en vanaf 2007 een toeslag. Naar aanleiding van een melding over prostitutiewerkzaamheden is een onderzoek ingesteld, waaruit bleek dat zij inkomsten had uit massagewerkzaamheden en de verkoop van kleding via Marktplaats, die niet waren gemeld aan het UWV.
Het UWV stelde de uitkering en toeslag over diverse perioden op nihil of beëindigde deze, legde een boete op en vorderde onterecht betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante deels gegrond, vernietigde het besluit over de toeslag in één periode en herzag de boete tot €10.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij onder dwang werkte en geen inkomsten had genoten, en dat de omvang van haar verkoopactiviteiten niet was aangetoond. De Raad oordeelde dat dwangarbeid niet aannemelijk was, de verklaringen van appellante tegenover de politie betrouwbaar zijn, en dat zij onvoldoende inzicht heeft gegeven in haar inkomsten uit kledingverkoop. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en handhaaft de boete wegens schending van de inlichtingenplicht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WAO-uitkering en toeslag en handhaaft de boete wegens schending van de inlichtingenplicht.