Appellant en betrokkene waren gehuwd en ontvingen een ouderdomspensioen op grond van de AOW voor gehuwden. Naar aanleiding van hun mededeling over scheiding en verhuizing in maart 2016, paste de Sociale verzekeringsbank (Svb) het pensioen aan op basis van duurzaam gescheiden leven. Na onderzoek stelde de Svb vast dat zij niet duurzaam gescheiden leefden en herzag het pensioen, met terugvordering van teveel betaalde bedragen.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond voor de periode 15 maart tot 1 juli 2016 en vernietigde de herziening en terugvordering voor die periode, maar handhaafde de Svb-besluiten voor de periode 1 juli tot 31 oktober 2016. Appellanten stelden zich in hoger beroep op het standpunt dat ook voor deze periode duurzaam gescheiden leven gold.
De Raad heeft beoordeeld dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt als ware hij niet gehuwd, en dat dit bestendig moet zijn bedoeld. Uit het onderzoek en verklaringen bleek dat appellant en betrokkene relatietherapie volgden en contact hielden, zonder dat sprake was van een gewilde, bestendige verbreking van de echtelijke samenleving.
Daarom is de herziening en terugvordering voor de periode 1 juli tot 31 oktober 2016 terecht. De beroepen tegen de nieuwe besluiten van de Svb zijn ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.