Uitspraak
17.6225 AKW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
26 september 2019.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 4 augustus 2017, waarin was bevestigd dat hij vanaf het tweede kwartaal van 2015 niet meer verzekerd was voor de Algemene Kinderbijslagwet.
De Raad overwoog dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, die bij verzoeker niet bekend waren en die, indien ze eerder bekend waren geweest, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Het verzoek van verzoeker bevatte geen nieuwe feiten of omstandigheden die aan deze criteria voldoen.
Volgens vaste rechtspraak is het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld om een hernieuwde discussie te voeren over de uitspraak, maar om een rechterlijke uitspraak te herstellen die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt.
Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput, in aanwezigheid van griffier M.A.A. Traousis, op 26 september 2019.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak inzake kinderbijslag wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.