Uitspraak
16.5444 WAJONG
mr. Nijmeijer verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg op 27 januari 2015 een Wajong-uitkering aan vanwege een verstandelijke beperking en een angststoornis. Het UWV wees de aanvraag af op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, dat concludeerde dat appellant over arbeidsvermogen beschikte. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was.
In hoger beroep stelde appellant dat hij vanaf zijn achttiende verjaardag, 2 juni 2015, duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had. Hij overhandigde een psychologisch rapport en verzocht om een onafhankelijke deskundige. De Raad benoemde psychiater Hernandez-Dwarkasing, die concludeerde dat appellant een matige verstandelijke beperking en een angststoornis heeft, met ernstige beperkingen in functioneren en een zeer beperkte leerbaarheid. De deskundige achtte de ontwikkeling van arbeidsparticipatie vrijwel uitgesloten.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep erkende dat appellant momenteel niet over arbeidsvermogen beschikt, maar meende dat dit wel ontwikkeld kon worden. De deskundige weerlegde dit en motiveerde dat de kans op ontwikkeling van basale werknemersvaardigheden gering is. De Raad volgde de deskundige en concludeerde dat appellant duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft sinds 2 juni 2015.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het bezwaar gegrond en bepaalde dat appellant met ingang van 2 juni 2015 recht heeft op een Wajong-uitkering. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Appellant heeft vanaf 2 juni 2015 recht op een Wajong-uitkering wegens duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.