Uitspraak
17.5791 WW, 17/5920 WW
In deze zaak heeft het Uwv een verweerschrift ingediend. Namens betrokkene heeft
mr. drs. J. Sajtos een zienswijze ingediend.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam als militair bij het Ministerie van Defensie, werd veroordeeld wegens ontucht met een minderjarig meisje en kreeg ontslag op grond van wangedrag. Hij vroeg een WW-uitkering aan, maar het UWV weigerde deze uit te betalen wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd omdat zij oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld bij het ontslag. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en stelt dat aan het ontslag een dringende reden ten grondslag ligt, waarbij de ernst van het gedrag en de omstandigheden van betrokkene zijn meegewogen.
De Raad benadrukt dat de reactie van de werkgever een element is in de beoordeling, maar niet doorslaggevend. Gezien de veroordeling en het ernstige karakter van het wangedrag is het ontslag gerechtvaardigd. Het UWV was daarom verplicht de WW-uitkering niet uit te keren. Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het UWV mocht de WW-uitkering weigeren wegens verwijtbare werkloosheid.