Betrokkene, geboren in 1998, lijdt aan Adrenogenitaal syndroom (AGS) en diverse psychiatrische aandoeningen. CIZ wees een aanvraag voor langdurige zorg af, omdat betrokkene volgens medisch advies geen blijvende behoefte heeft aan permanent toezicht of 24-uurszorg. De rechtbank gaf betrokkene gelijk en vernietigde het besluit, stellende dat CIZ onvoldoende onderzoek had gedaan naar de invloed van psychiatrische aandoeningen op de zorgbehoefte.
CIZ ging in hoger beroep en stelde dat alleen de somatische grondslag relevant is voor toegang tot Wlz-zorg en dat een combinatie met psychiatrische problematiek geen recht geeft op zorg. De Raad oordeelde dat CIZ terecht alleen de somatische klachten heeft beoordeeld en dat nader onderzoek naar psychiatrische invloed niet nodig was.
De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn voor acute noodsituaties waarbij betrokkene niet adequaat kan reageren. Betrokkene kon onvoldoende medische onderbouwing leveren voor het tegendeel. Daarom verklaarde de Raad het beroep van CIZ ongegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.