ECLI:NL:CRVB:2019:3361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering heropening WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds 2003 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Deze uitkering werd in 2012 geschorst en stopgezet wegens overtreding van controlevoorschriften en het niet tijdig contact opnemen met het UWV. In 2015 verzocht appellant om heropening van zijn uitkering met terugwerkende kracht. Na een medisch en arbeidskundig onderzoek concludeerde het UWV dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op heropening.
Appellant maakte bezwaar en liet een psychiatrische expertise uitvoeren, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geschikt was voor de geselecteerde functies. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de deskundige niet onafhankelijk was en dat er meer beperkingen moesten worden aangenomen vanwege zijn psychiatrische klachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht het verzoek tot heropening heeft geweigerd. De Raad vond het onderzoek zorgvuldig en de medische rapporten consistent. Er was geen aanleiding een nieuwe deskundige te benoemen. De Raad bevestigde dat appellant op de datum in geschil minder dan 15% arbeidsongeschikt was en geschikt voor de geselecteerde functies. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van heropening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.