ECLI:NL:CRVB:2019:3397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes wegens niet tijdig afsluiten zorgverzekering tijdens detentie in Spanje
Appellant was sinds januari 2015 gedetineerd in Spanje en werd door het CAK meerdere malen aangemaand om een zorgverzekering af te sluiten op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Ondanks deze aanmaningen sloot appellant geen verzekering af, waarop het CAK boetes oplegde van respectievelijk €366,99 en €382,50.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en matigde de boetes tot €160,- per boete, gelet op de bijzondere omstandigheden waaronder appellant verkeerde, waaronder zijn geringe draagkracht en de detentie in het buitenland. De rechtbank oordeelde dat de opschorting van rechten en premieplicht tijdens detentie buiten Nederland niet van toepassing was omdat appellant geen verzekering had afgesloten.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad wijst het verweer van appellant af dat hij onvoldoende was geïnformeerd over de opschorting van rechten en plichten. Ook de huidige inkomenspositie van appellant geeft geen aanleiding tot wijziging van de boetebedragen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de matiging van de boetes en verklaart het hoger beroep ongegrond.