ECLI:NL:CRVB:2019:3482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing en terugvordering bijstand wegens bijstandbehoevende omstandigheden
Appellante had bijstand aangevraagd op grond van de Participatiewet, maar het college wees de aanvraag af wegens onvoldoende inzicht in haar financiële situatie en omdat zij niet in de gemeente Rotterdam zou wonen. Tevens werd een verleend voorschot teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij aannemelijk had gemaakt dat zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde en dat het college niet bevoegd was de grondslag van de afwijzing te wijzigen. De Raad overwoog dat appellante op het moment van de eerste aanvraag al in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde, waardoor de latere aanvraag overbodig was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, herroept de besluiten tot afwijzing en terugvordering, en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van appellante. Hiermee werd het recht op bijstand voor appellante bevestigd over de relevante periode.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit en de besluiten tot afwijzing en terugvordering worden vernietigd en herroepen.