ECLI:NL:CRVB:2019:3563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant was werkzaam als pakketbezorger en meldde zich ziek op 30 juli 2015. Na beëindiging van het dienstverband ontving hij een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 27 september 2016 op grond van een eerstejaars ZW-beoordeling, waarin werd vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen zwaarder moesten worden beoordeeld en dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen onafhankelijke deskundige in te schakelen, verwijzend naar het EVRM en het arrest Korošec. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat alle relevante informatie was betrokken en dat er geen sprake was van schending van het equality of arms-beginsel.
De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellant. Nieuwe medische stukken brachten geen nieuwe feiten die twijfel aan het oordeel van de verzekeringsartsen rechtvaardigden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.