Uitspraak
17.8040 WIA
OVERWEGINGEN
.Omdat de rechtbank heeft geoordeeld dat het bestreden besluit berust op een deugdelijke medische grondslag bestaat volgens de rechtbank geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige in te schakelen.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig horecamedewerker, kreeg aanvankelijk een WGA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling stelde het UWV vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering. Appellant meldde zich later toegenomen arbeidsongeschikt, maar het UWV weigerde opnieuw een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de beperkingen van appellant medisch voldoende waren onderbouwd en dat hij ADL-zelfstandig was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn ADHD en beperkingen in doelmatig handelen, en dat er geen equality of arms was. De Raad oordeelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had uitgevoerd, inclusief medische en arbeidskundige rapportages, en dat appellant voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunt te onderbouwen. De Raad stelde vast dat de beperkingen medisch juist waren ingeschat en dat de functies passend waren.
Hoewel het bestreden besluit pas in hoger beroep een afdoende medische en arbeidskundige onderbouwing kreeg, was er geen benadeling van appellant. Daarom werd het gebrek in motivering gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro. De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid ondanks ondeugdelijke motivering.