ECLI:NL:CRVB:2019:3624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WIA-uitkeringsweigering na medische en arbeidsdeskundige toetsing
Appellant, laatstelijk werkzaam als autopoetser, meldde zich ziek vanwege fysieke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond.
De medische beoordeling, waaronder een Functionele Mogelijkhedenlijst van 10 mei 2017, werd als zorgvuldig en juist beoordeeld. Appellant leverde aanvullende medische informatie, maar deze leidde niet tot twijfel aan de eerdere conclusies. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant geschikt is voor geselecteerde functies, die medisch passend zijn.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen onvoldoende zijn meegewogen, dat medicijngebruik en klachten zoals het carpaal tunnelsyndroom hem beletten de functies te verrichten, en dat zijn huisarts niet is geraadpleegd. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat geen aanleiding bestond om een arbeidsdeskundige in te schakelen. De beschrijving van de functies in het CBBS werd als juist beoordeeld.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.