ECLI:NL:CRVB:2019:3757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage zorg voor in Spanje wonende AOW-gerechtigde
Appellant, woonachtig in Spanje en ontvanger van een AOW-pensioen en andere pensioenen, werd door het CAK als verdragsgerechtigde aangemerkt op grond van Verordening (EG) nr. 883/2004. Hierdoor heeft hij recht op zorg in zijn woonland ten laste van Nederland. Het CAK stelde op basis van artikel 69 van Pro de Zorgverzekeringswet een buitenlandbijdrage vast voor deze zorg.
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van de buitenlandbijdrage over 2016, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond, verwijzend naar vaste jurisprudentie en oordeelde dat er geen aanleiding was om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere bezwaren, stellende dat het systeem van buitenlandbijdragen onrechtvaardig is omdat hij zowel in Spanje als in Nederland een bijdrage betaalt. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd en onderschreef de overwegingen van de rechtbank.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en zag geen reden voor het stellen van prejudiciële vragen of toewijzing van het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot vaststelling van de buitenlandbijdrage wordt bevestigd.