ECLI:NL:CRVB:2019:3804
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring en niet-in-behandeling-neming van wrakingsverzoeken in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank en vervolgens een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter, dat te laat werd ingediend. De behandelend rechter weigerde zich neer te leggen bij het wrakingsverzoek en verscheen niet bij de wrakingszitting. Verzoeker diende daarna een wrakingsverzoek in tegen de wrakingskamer zelf.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer geen wrakingsverzoek is in de zin van artikel 8:15 Awb Pro en derhalve niet in behandeling wordt genomen vanwege evident misbruik van recht. Daarnaast is het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen, in strijd met artikel 8:16 Awb Pro.
De Raad benadrukt dat opeenstapeling van wrakingsverzoeken kan leiden tot niet-in-behandeling-neming om ongerechtvaardigd oponthoud te voorkomen. Verzoeker heeft onvoldoende voortvarend gehandeld en zijn verzoeken bevatten ongefundeerde beschuldigingen. De beslissing is definitief en een volgend wrakingsverzoek wordt eveneens niet in behandeling genomen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter is niet-ontvankelijk verklaard en het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik van recht.