ECLI:NL:CRVB:2019:3857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet voldoen migrerend werknemer criteria
Appellante kreeg vanaf oktober 2011 studiefinanciering toegekend op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). De minister herzag de toekenning over april tot en met juni 2012 omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor migrerend werknemer. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond, stellende dat onvoldoende was aangetoond dat zij daadwerkelijk arbeid verrichtte.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel betaalde werkzaamheden had verricht, maar kon dit niet met objectief bewijs onderbouwen. De Raad overwoog dat het zich beschikbaar houden voor arbeid niet volstaat en dat de toelichting ter zitting niet toereikend was. Gezien de jurisprudentie en motivering in een gelijktijdige uitspraak concludeerde de Raad dat appellante terecht niet als migrerend werknemer werd beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en oordeelde dat het recht op studiefinanciering over de betreffende periode volledig mocht worden herzien. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de studiefinanciering blijft in stand.