ECLI:NL:CRVB:2019:3858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet voldoen migrerend werknemer criterium
Appellante, een Unieburger met de Hongaarse nationaliteit, had studiefinanciering ontvangen op basis van de Wet studiefinanciering 2000. De minister herzag deze toekenning over de maanden september 2011 tot en met maart 2012 omdat appellante niet voldeed aan de verblijfsvoorwaarde van vijf jaar en niet kon worden aangemerkt als migrerend werknemer.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij onvoldoende bewijs leverde dat zij daadwerkelijk ten minste 32 uur per maand arbeid had verricht. Het zich beschikbaar houden voor werk werd niet als voldoende beschouwd. Appellante voerde aan dat zij als ambassadeur voor een bedrijf had gewerkt, maar dit werd niet onderbouwd met objectief bewijs.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar een eerdere uitspraak voor het beoordelingskader en concludeert dat de minister terecht appellante niet als migrerend werknemer heeft beschouwd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd met een aanvulling op de gronden. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de studiefinanciering bevestigd.