ECLI:NL:CRVB:2019:3860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens ontbreken migrerend werknemerschap
Appellant, een Unieburger met de Spaanse nationaliteit, had studiefinanciering ontvangen op grond van de Wet studiefinanciering 2000. De minister herzag deze toekenning voor de periode april 2012 tot en met februari 2013 omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van migrerend werknemerschap.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk arbeid had verricht bij het betrokken bedrijf. Het zich beschikbaar houden voor werk werd niet als voldoende bewijs gezien. Appellant voerde in hoger beroep aan wel degelijk betaalde werkzaamheden te hebben verricht, maar kon dit niet met objectieve bewijsmiddelen onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar een vergelijkbare uitspraak en concludeert dat de minister terecht heeft geoordeeld dat appellant niet als migrerend werknemer kan worden beschouwd. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd, met een verbetering van de motivering. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de studiefinanciering bevestigd.