Uitspraak
17.4279 ZVW
CAK
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het CAK waarin een bedrag van €5.885,55 werd vastgesteld als verschuldigd over de periode van 1 juli 2010 tot 1 januari 2015. Dit bezwaar werd door het CAK niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend en er geen verschoonbare omstandigheden waren voor de termijnoverschrijding.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij het besluit niet had ontvangen en daarom niet eerder bezwaar kon maken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit op het juiste adres was verzonden en dat het vermoeden van ontvangst geldt, tenzij de geadresseerde dit kan ontzenuwen. Appellant slaagde hier niet in en bracht geen feiten aan die de ontvangst redelijkerwijs konden betwijfelen. Daarom was er geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare omstandigheden.