ECLI:NL:CRVB:2019:3906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde bankstortingen
Appellant ontvangt sinds 2007 bijstand en werd onderzocht in het kader van het heronderzoek PW 2016. Uit bankafschriften over de periode augustus 2015 tot augustus 2016 bleek dat appellant 64 contante stortingen en bijschrijvingen ontving, voornamelijk van een derde, X. Appellant stelde dat een bedrag van €750 een lening was en de overige bedragen bestemd waren voor boodschappen.
Het college herzag de bijstand en vorderde €2.138,76 terug wegens niet gemelde inkomsten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het bedrag van €750 een lening was en dat hij melding had gemaakt van deze lening via een WhatsApp-gesprek tussen X en zijn jobcoach.
De Raad oordeelde dat de WhatsApp-uitdraai onvoldoende concreet was en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het om een lening ging die was bedoeld voor levensonderhoud, noch dat deze was terugbetaald. Ook de overige stortingen werden terecht als inkomsten aangemerkt omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het giften waren die vrijgesteld konden worden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens niet gemelde bankstortingen en bijschrijvingen.