ECLI:NL:CRVB:2019:4031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid en hernieuwde beoordeling opgelegd
Appellant, voormalig chef-kok, meldde zich ziek wegens toenemende insulten en kreeg een voorschot op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde vast dat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen en weigerde ziekengeld. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn cognitieve beperkingen onvoldoende waren onderzocht en dat hij niet over de veronderstelde computervaardigheden beschikte. Tevens stelde hij dat bepaalde functies ongeschikt waren vanwege zijn epileptische aanvallen. De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, maar dat de arbeidsdeskundige onvoldoende rekening hield met de aard van de insulten en de gevolgen daarvan voor de functies. Ook was onvoldoende gemotiveerd dat appellant over computervaardigheden beschikte en dat hij deze binnen zes maanden kon verwerven.
De Raad oordeelde dat het UWV-besluit strijdig was met het motiveringsbeginsel en vernietigde het besluit. Het UWV werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen vanwege onzekerheid over de uitkomst van de nieuwe beslissing. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden UWV-besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.