ECLI:NL:CRVB:2019:406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij buitenlandbijdrage
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het CAK waarin de buitenlandbijdrage over 2014 werd vastgesteld. Het CAK had bij besluit van 13 november 2015 de buitenlandbijdrage vastgesteld op €2.219,88 en bij beslissing op bezwaar van 11 maart 2016 de bezwaren van appellante ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam had het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet in staat was de buitenlandbijdrage te betalen. Tijdens de zitting op 4 oktober 2017 was appellante niet aanwezig, terwijl het CAK zich liet vertegenwoordigen.
De Raad overwoog dat het procesbelang van appellante ontbrak omdat het CAK zich op het standpunt stelde dat appellante mocht declareren en geen buitenlandbijdrage hoefde te betalen voor 2014. Hierdoor kon het beroep geen feitelijke betekenis meer hebben voor appellante.
Gelet op het ontbreken van procesbelang verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.